

Het gebeurt vaker dan je denkt. Je staat in de winkel of scrollt online, ziet een prachtige warme grijstint en weet het zeker. Thuis op de muur is diezelfde kleur ineens koel, een beetje groenig, of veel donkerder dan je had verwacht. Dan lijkt het alsof je verkeerd gekozen hebt.
Meestal is dat niet zo: de kleur is hetzelfde gebleven, maar het licht niet.
Wat je ziet als kleur, is licht dat door een oppervlak wordt teruggekaatst. Verandert het licht, dan verandert de kleur mee. In een winkel hangt kunstlicht dat de hele dag hetzelfde is, vaak fel en koel, en bedoeld om alles goed zichtbaar te maken (zeker in een bouwmarkt). Bij jou thuis valt het licht door een raam vaak op één kant van de kamer, het verschuift in de loop van de dag, de lichtsterkte verandert mee, en 's avonds nemen je eigen lampen het over.
Dezelfde verf kan in drie situaties dus drie verschillende kleuren lijken.
Een kamer op het noorden krijgt gelijkmatig, wat koeler licht. Kleuren worden daar iets grijzer en koeler dan op de kleurkaart. Een kamer op het zuiden krijgt warm en fel licht, waardoor kleuren lichter en warmer ogen, en op een zonnige middag soms bijna wegvallen. Op het oosten en westen verandert het het sterkst: de ene helft van de dag zacht en koel, de andere helft warm en laag.
Daar komt het seizoen ook nog eens bij. Een kleur die je in juni koos, kan er op een grijze novemberochtend heel anders uitzien. Hier in Nederland hebben wij een groot verschil in de zonnestand gedurende het jaar. Weer iets om rekening mee te houden.
Een kleur op een staaltje van een paar centimeter gedraagt zich anders dan dezelfde kleur op een hele wand. Op een groot vlak oogt een kleur vaak intenser, en lichte tinten lijken nog lichter. Bovendien kaatst alles in de kamer zijn eigen kleur terug: een houten vloer maakt een wand warmer, een groene tuin voor het raam kan een wit zachtgroen kleuren.
Een kleur staat dus nooit op zichzelf. Hij hoort bij de vloer, het hout, de stof van de bank en het licht dat erop valt.
Als het donker wordt, neemt je verlichting het over. Warm lamplicht maakt beige en okertinten zachter, maar kan blauw en groen doffer of grijzer maken. Een kleur die overdag precies goed is, kan 's avonds dus een heel andere sfeer geven. Hoe ik daglicht en verlichting samen in een ontwerp meeneem, lees je in mijn blog Licht in huis.

Dit moodboard maakte ik voor een interieurontwerp bij een bestaande woning die nu bijna klaar is. Leemstuc van Tierrafino in een zachte, lichte tint, een behang van Masureel geïnspireerd op een linnenstructuur met een kleurverloop, walnoot voor de kast en de salontafel, en voor de bank Serra 48 van De Ploeg, een diepblauwe stof.
Kijk wat de zon ermee doet. De structuur van het leem komt naar voren. Het walnoot wordt dieper en warmer. Het behang krijgt in de schaduw bijna een andere kleur dan in de zon, en in de stof van de bank zie je ineens hoeveel diepte er in dat blauw zit. Op een scherm of onder showroomverlichting zie je dit allemaal niet.
Voor mij is daglicht het vertrekpunt van elk ontwerp. In biophilic design is het een van de belangrijkste verbindingen met de natuur, en het is ook gewoon het licht waarin jij elke dag in je huis leeft. Daarom neem ik mijn stalen mee naar de klant en beoordeel ik kleuren en materialen in het licht van die ene ruimte, en niet in de winkel of op een scherm.
Zo voorkom je de miskoop die je anders jarenlang blijft aankijken. En je kiest uit opties waarvan je al weet dat ze in jouw licht kloppen.
Bekijk het staal op de muur zelf. Niet in je hand of op tafel, maar verticaal tegen de wand waar de kleur moet komen. Een staal in je hand vangt ander licht dan een muur. En misschien kom je er zelfs achter dat de muur die jij had bedacht niet de juiste is maar dat de kleur op een andere muur veel beter uitkomt.
Kijk ook op verschillende momenten. 's Ochtends, rond het middaguur en 's avonds bij je eigen lampen. Pas als een kleur op alle drie de momenten goed voelt, is het de juiste.
Maak het groot genoeg en leg het bij wat blijft. Een groot staal of proefvlak zegt veel meer dan een klein kaartje. Zet het rechtop op de grond naast je vloer, je meubels en je gordijnen, want daar moet het straks mee samenwerken.
Gebruik echt geverfde stalen. Zelf werk ik meestal met verfstalen van ongeveer A5 of A4. Koop een proefpotje, dat bij de meeste merken te krijgen is, en verf daarmee een vel uit een tekenblok. Zelf gebruik ik het liefst aquarelpapier. Geverfd lijkt dat heel erg op stucwerk, en met wat afplaktape test je het vel net zo makkelijk op een andere muur. Verf de proefkleur dus niet direct op de muur, ook al zie je dat vaak als tip voorbijkomen. Proefvlakken blijven vaak zichtbaar als je de muur later overschildert.
Een kleur kies je dus niet in de winkel, maar in het licht waarin je er elke dag naar kijkt.
Twijfel je over een kleur voor jouw huis? Tijdens een Interieur Quickscan kijken we samen in jouw daglicht. Neem contact op.
Leon10 interieurontwerp
Woerden
info@leon10interieurontwerp.nl
06 - 14 76 86 49
KvK: 57190194
Copyright © Leon10 interieurontwerp | Website: Pencilblocks | Webdesign: Pencilpoint - creatief in vorm & inhoud